We gebruiken meestal dezelfde wasprogramma’s van onze wasmachine. Moderne machines hebben er minstens 10. Welke programma’s moeten er zeker op de wasmachine zitten die je koopt?

Vlekken verwijderen en onze kledij zo weinig mogelijk laten verslijten. Dat verwachten we van onze wasmachine. Het wasresultaat is altijd afhankelijk van 4 factoren: de chemie (het wasmiddel), de temperatuur, de duurtijd en de wrijving.

Deze programma’s worden door zoveel mensen gebruikt dat je het tot de standaarduitrusting van een wasmachine kunt rekenen:

  • Katoen: Voor licht tot normaal vervuild katoen en linnen. Te gebruiken met uiteenlopende temperaturen en de maximale belading en toerental. 
  • Gemengde was/mix: Voor een mix van licht tot normaal vuil katoen, linnen synthetische of gemengde vezels. Je kunt minder wasgoed wassen, tot zo’n 4 kg en hij centrifugeert minder. Wel vaak sneller dan een katoenprogramma. 
  • Synthetisch: Geschikt voor synthetisch wasgoed, vaak maar tot 40 graden. Ook hierbij is het aantal kilo’s belading vaak maar de helft van de maximale capaciteit. 
  • Fijne was/sensitieve was: Milde wasbeurt voor gevoeliger stoffen. Vaak tot maar 40 graden en met weinig belading. Ook centrifugeert het minder. 
  • Spoelen of extra water: de machine doet een extra spoelgang voor een beter spoelresultaat. Handig wanneer je een gevoelige huid hebt, of als er regelmatig restjes wasmiddel achterblijven.
  • Spoelen en centrifugeren: apart programma, handig na bijvoorbeeld een handwas.

Nieuwe technologische ontwikkelingen zorgen er ook voor dat er steeds meer mogelijkheden bij komen. Modernere motoren zorgen voor veel snellere en preciezere bewegingen van de wastrommel, wasmachines wegen zelf hoe zwaar de trommel beladen is en passen de draaisnelheid van de trommel daarop aan, met sensoren wordt gemeten hoe vuil het spoelwater nog is om zo te weten wanneer de was schoon is…

Naast de standaard programma’s, kunnen ook deze programma’s het overwegen waard zijn. 

  • Verkort programma: dit programma is sneller klaar, maar verbruikt wel meer energie en spoelt minder. 
  • Eco-programma: hiermee kun je zuiniger wassen, maar het programma duurt wel langer. Een eco-programma herken je vaak aan de naam. Soms staat er alleen een soort pijltje achter of een pijltje om het programma.
  • Voorwas: voor wasgoed met bijvoorbeeld veel stof of zand.
  • Zeer kort/opfrissen: een programma van 15 tot 30 minuten voor een kleine hoeveelheid niet zo vuile was. Soms wordt hierbij gebruikgemaakt van stoom om luchtjes te verwijderen.
  • Antikreuk: wasgoed wordt voorzichtiger gewassen en/of gecentrifugeerd. Soms wordt stoom gebruikt om kreuk te verminderen. De kreukvorming kan ook beperkt worden door de trommel na afloop van het programma nog te laten draaien.
  • Overhemden: dit programma wast en centrifugeert extra voorzichtig.
  • Jeans en donkere was: er wordt meer water gebruikt en/of extra gespoeld om te voorkomen dat zichtbare wasmiddelresten achterblijven.
  • Vlekken: het programma wast langer op hoge temperatuur en/of spoelt extra.

Je kledij vaart er wel bij als je gebruik maakt van de aangepaste programma’s. Je wasmachine is een gesofisticeerde robot die ervoor kan zorgen dat alles zonder zorgen perfect uit de was komt.