92 euro: een a-ootje

Twee keer per jaar zitten we in de wachtkamer bij de tandarts. Het is een uitje waar ik als kind zelf altijd bij huiverde: kans op verdoving! Snerpende boren! Slecht smakende vullingen! Ik wou liefst zo snel mogelijk verdwijnen van die plek, maar mijn ukken lijken er vandaag gerust in. Meneer de tandarts is leuk en grappig, vinden ze.

“Wel jammer dat hij geen cadeautjes geeft, zoals die vorige”, oppert mijn jongste plots.

“Doe niet zo flauw”, antwoordt grote zus. “Dat was toen je heel klein was. Nu wil je geen babycadeaus meer.”

De jongste pruilt. Prompt daarna komt de tandarts melden dat we mogen doorschuiven naar de onderzoekskamer: het uur van de waarheid is aangebroken en de pruillip van junior verdwijnt algauw. Na wat gekibbel met zus besluit hij om als eerste in de tandartsstoel te gaan zitten.

De tandarts kijkt het melkgebit na, stelt vast dat de jongeman ‘traag wisselt’ maar dat zijn prille bijters verder in perfecte staat zijn. Hij polst nog even met spiegeltje en spatel, waarop mijn jongste – hij kan het tateren niet laten – wauwelt:

“Waagom kwijgen ij geen a-ootje ij ou?”

De tandarts glimlacht. Hij wéét dat deze kleine patiënt graag zijn slag thuishaalt en zegt meteen dat hij straks een staaltje tandpasta krijgt. Da’s ook een cadeautje en daarmee kan hij zijn tanden schoon en gezond houden. De patiënt is matig enthousiast over het aanbod, verlaat de stoel en laat zus plaatsnemen. Ook haar tanden blijken in orde. De stand van het gebit wordt voor de vorm nog even gecheckt: geen acute problemen, de nood aan een beugel kunnen we later bespreken.

Na dit routineonderzoek schuiven we door naar het bureau, waar de tandarts de voorschriften uitdraait en afrekent. Eindbalans voor preventieve tandzorg: 92 euro. Het ziekenfonds betaalt integraal terug, omdat de kinderen nog geen 12 zijn. Ze worden voor hun moed en zelfopoffering beloond met een het beloofde staaltje tandpasta: het volgende consult zal voor de herfst zijn.

Wanneer we terug in de auto zitten, zegt de oudste:

“92 euro, dat is veel geld mama.”

Ik beaam en zeg dat zorgen van een arts best duur zijn. Maar gelukkig hebben we ook zoiets als een ziekenfonds, waardoor die kost terugbetaald wordt. Dat is lang niet overal zo, voeg ik eraan toe, en mensen vergeten dat hier weleens.

“Dan ben ik toch blij dat ik hier woon”, voegt de jongste eraan toe. “Want als je zoveel geld moet betalen en niets meer terugkrijgt, dan word je arm door naar de tandarts te gaan!”

Ik grinnik. Het is kinderlogica: kort door de bocht, maar grotendeels waar. Er zijn inderdaad heel wat landen waar een doodgewoon doktersbezoek een breekpunt is, omdat mensen de centen niet zomaar kunnen ophoesten en niet terugbetaald krijgen. Als die mensen, net als ik, een eenoudergezin runnen, is het kiezen of delen. Dan moet je gezondheidszorg misschien letterlijk links laten liggen om andere noodzakelijke kosten te betalen. Op dat vlak zijn we hier ‘met ons gat in de boter gevallen’, zeg ik.

De koters schateren op de achterbank: een gezegde met ‘gat’ erin doet het ‘m altijd.

“Eigenlijk val je met je gat in 92 euro”, besluit de oudste laconiek. “En daardoor zijn onze tanden ook gezond, haha.”

“Maar het cadeautje is nog altijd niet cool”, herhaalt de jongste nog eens. “Met tandpasta kan ik niet spelen. Stomme tube.”

Terwijl we verder naar huis rijden, bedenk ik: ach. Zo lang je enkel zorgen hebt om een tube tandpasta, valt het leven best mee. Zo lang een tandartsbezoek terugbetaald wordt ook. Ik bespaar er 92 euro mee en hoef mijn budget deze maand niet ‘in stukjes te bijten’. Dat is pas een a-ootje!

(BVE)